Overdenking 8 september 2019 Bruisend Nijverdal

Beste mensen.

We kunnen moeilijk volhouden dat God alle mensen gelijk heeft gemaakt.
In ieder geval heeft Hij ons niet gemaakt als lopende-bandproducten, de eerste van de serie precies gelijk aan de laatste van de serie.
De Schepper blijkt een voorstander te zijn van een diep ingrijpende veelvormigheid.
Er zijn begaafde en minder begaafde mensen; er zijn grote mensen en kleine mensen, er zijn mannen en vrouwen.
En al die mensen zijn beslist niet gelijk aan elkaar.
En ook niet in hun manier van doen.
Alle mensen zijn ongelijk en je kunt nog verder gaan
Er zijn gelukkige en ongelukkige mensen; er zijn mensen die altijd pech hebben en mensen bij wie alles voor de wind gaat.
Er zijn gezonde mensen die niet weten wat ziek zijn is, en er zijn zieke mensen die al dolblij zijn als ze tien minuten uit bed mogen.
Waarom is dat nu, dat verschil? Is dat goed?
Het is altijd gevaarlijk onze normen op God toe te passen.
Tegenwoordig lijkt het wel alsof mensen elkaar pas verdragen als ze elkaar eerst gelijk hebben gemaakt.
We hebben er blijkbaar steeds meer moeite mee dat iemand hoger op de maatschappelijke ladder staat dan wij.
Het beste is zo lijkt het wel, dat we allemaal hetzelfde zouden zijn en er geen verschil is tussen mensen.
Want het anders zijn van de ander is bijna altijd de oorzaak van misverstand, van ruzie en zelfs van oorlog.
Maar God wil ons blijkbaar niet allemaal over één kam scheren.
Hij wil blijkbaar dat wij, dus ieder van ons, mensen zijn op onze eigen manier.
Wat wil dat allemaal zeggen?
Juist in ons anders zijn dan de ander, in ons ongelijk, vullen we elkaar aan, zijn we op elkaar aangewezen, hebben we elkaar nodig.
De één kan niet zonder de ander, de één is anders dan de ander.
Daarom zijn we allemaal op elkaar aangewezen, ook binnen al die verschillende geloofsgemeenschappen.
Ieder van ons op zichzelf is onvolledig, onaf, gebrekkig, hulpbehoevend.
Pas samen met anderen worden wij volledig.
Paulus zegt; In het lichaam van Christus kan de hand niet zeggen tegen het oog: Ik heb jou niet nodig.
Zij zijn op elkaar aangewezen.
En de mooiste beeldspraak vindt men toch wel in: En juist die ledematen van het lichaam die het zwakst schijnen te zijn, zijn onmisbaar.
God heeft het lichaam zo samengesteld dat Hij aan het mindere meer eer gaf.
Zou het daarom niet zijn dat wij handen hebben?
Want wij hebben handen toch niet om onszelf op te tillen, maar om de ander op te beuren.
En we hebben ogen niet om naar onszelf te kijken maar om oog te hebben voor een ander.
En we hebben voeten niet om naar onszelf te gaan, maar om een ander op te zoeken.
We hebben oren niet om naar ons zelf te luisteren, maar een open oor te zijn voor de ander.
Van al die genoemde ledematen heb ik zelf ervaren dat het gebruik van de oren het moeilijkste is.
Luisteren, echt luisteren, dat is wat anders dan horen.
Eerlijk gezegd moet ik hier aan denken wanneer ik naar politici luister, met name naar de debatten in de Tweede Kamer en ook in de Gemeenteraden.
Men hoort elkaar wel, maar men luistert niet naar elkaar.
Ook in een geloofsgemeenschap heb ik ervaren dat het gemakkelijk is om te horen wat de ander zegt, maar moeilijk om te luisteren.
Want wanneer je luistert dan moet je ook iets doen met wat die ander zegt.
Dan kun je het niet afdoen met ik heb wel gehoord wat je zegt, maar ik doe er niets mee.
Dan moet je in overleg treden, dan moeten er compromissen gesloten worden, dan geldt ook niet de mening van de meerderheid, maar dan geldt er samen uitkomen, zodanig dat iedereen er achter staat.
Maar helaas wordt er, ook in de kerk, ook in geloofsgemeenschappen, veel gehoord, maar lang niet altijd geluisterd.
Ik heb ervaren hoe moeilijk dat het is, maar ook hoe goed het aanvoelt wanneer je merkt dat anderen ervaren dat er wat gedaan wordt met hun opmerkingen.
En Jezus heeft in zijn leven onomwonden aan gegeven dat voornaamheid in zijn ogen niet gekoppeld wordt aan leiding, aan heerschappij.
Nee, wie in de ogen van Jezus de voornaamste wil zijn moet de jongste wezen en wie leiding geeft moet dat doen als iemand die de gevolgen van de opdracht aan de lijve ervaart.
De grootste is degene die dienend tussen de mensen aanwezig is.
En Johannes geeft in zijn brief aan dat liefde de bron is waaruit zoiets kan ontstaan
De liefde komt van God, zegt Hij en iedereen die lief heeft is een kind van God.
En die liefde is niet voorbehouden aan één bepaalde geloofsovertuiging maar geldt voor alle christenen.
Dus als we nu samen die liefde uitdragen dan zegt Johannes: Wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.
Mooier dan dit kunnen we toch niet het thema van vandaag gestalte geven?  
Samen is leuker: Amen.