Gebedsbrief mei 2018

Afghanistan, nr. 2 op de ranglijst vervolging

Volgens de grondwet is Afghanistan een islamitische staat. Alle andere religies ziet men als vreemd en gevaarlijk. De overheid reageert daarom vijandig op zelfs maar een hint van het christendom. Dit geldt nog meer voor stamleiders, religieuze leiders en gewone burgers.

Het stamverband is voor Afghanen sterker en belangrijker dan hun verbondenheid met de staat. Een Afghaan die christen wordt, verlaat in de ogen van stamgenoten de gemeenschap. Zo’n afvallige moet worden teruggehaald. Bekeert een familielid zich tot het christendom? Dan is dat een schande voor de rest van de familie. Zij doen er alles aan om de bekeerling terug te winnen. Of familieleden laten de christen boeten voor de schande. Sommigen worden door hun familie gemarteld of vermoord.

Alle Afghaanse christenen zijn ex-moslim en kunnen hun geloof niet openlijk belijden. Samenkomen is vrijwel niet mogelijk. Zelfs hardop zeggen dat je christen bent, is gevaarlijk. Afghanen die zich bekeren tot het christendom, worden vaak letterlijk voor gek verklaard en kunnen in een psychiatrisch ziekenhuis belanden. Anderen raken hun baan en huis kwijt. Soms zien gezinsleden de grote verandering in het leven van een bekeerling. Het kan gebeuren dat een heel gezin hierdoor besluit Christus te volgen.

Op internet informatie opzoeken over het christendom is voor een Afghaan levensgevaarlijk. Afhankelijk van je familiesituatie kun je hierom worden gedood. Meerdere Afghaanse moslimbekeerlingen zijn het afgelopen jaar vermoord. Een Duitse hulpverlener die 13 jaar in Afghanistan werkte, werd in mei 2017 vermoord. De Afghaan die het terrein bewaakte waar zij verbleef, werd onthoofd. Dit illustreert het geweld waarmee Afghaanse christenen te maken hebben.

  • Bid dat de Afghaanse christenen toch een weg vinden om elkaar te ontmoeten
  • Bid dat de Boodschap ondanks de gevaarlijke situatie ingang blijft vinden bij de Afghanen
  • Om bescherming en wijsheid voor de bekeerlingen in de omgang met hun omgeving


Bron: Open Doors
Marcel Ticheler,
Raad van Kerken Nijverdal / Hellendoorn