Gebedsbrief augustus 2020

Gebedsbrief augustus: Turkije, buitenlandse christenen uitgezet

Turkije blijft zonder opgaaf van redenen buitenlandse christenen het land uitzetten. In juni kreeg Joy Subasigüller, getrouwd met een Turkse predikant in Ankara en moeder van drie kinderen, geheel onverwacht en zonder duidelijke opgave van reden, te horen dat zij terug moet naar de VS. Vader en kinderen zijn Turks staatsburger. Het echtpaar bestrijdt dat Joy de staatsveiligheid in gevaar zou brengen en is in beroep gegaan.

In de afgelopen anderhalf jaar zijn al vijftig protestantse werkers het land uitgezet. Zij krijgen geen verblijfsvergunning meer van de migratiedienst. Kerkleiders omschrijven het als een klimaat van onveiligheid voor hun kerkleden. Twaalf jaar geleden maakten de kerken een soortgelijke hatelijke publiciteit mee. Kort daarna werden drie christenen in Malatya op wrede wijze vermoord.

Sinds de mislukte staatsgreep tegen president Erdogan houdt de overheid zich bezig met het uitzetten van christelijke zendingswerkers. Dat leidde al tot een crisis met de VS, toen Andrew Brunson, een Amerikaanse voorganger die twintig jaar in Turkije werkte, van spionage werd beschuldigd. Hij moest in 2019 het land verlaten. Sindsdien nam de druk op buitenlandse zendelingen toe.

Turkse christenen ervaren weerstand vanuit overheid en samenleving. Volgens de overheid zou elke Turk moslim moeten zijn, hoewel dit niet wettelijk vastgelegd is. Christenen krijgen nauwelijks ruimte om hun geloof te praktiseren. Zij mogen niet werken bij overheidsinstellingen. Kinderen van christelijke ouders worden achtergesteld, gepest, studenten krijgen moeilijk toegang tot hoger onderwijs. Kerkleiders worden regelmatig ondervraagd door de politie. Vergunning om een kerk te bouwen is moeilijk te verkrijgen, slechts tien kerken hebben een eigen gebouw.

De 150 Turkse protestantse kerken schrijven in een gezamenlijk rapport dat hatelijk taalgebruik tegen christenen in de media is toegenomen, de kerken krijgen niet de gelegenheid om te reageren.
Volgens de Turkse wet is het de christelijke gemeenschap - net als andere religieuze gemeenschappen - niet toegestaan hun eigen leiders op te leiden. Zij zijn daardoor aangewezen op buitenlandse stagiairs en predikanten. Ondertussen is de kwestie aan de orde gesteld in het Turkse parlement. Een oppositie-parlementslid noemde de deportatiebevelen een schending van de godsdienstvrijheid. Hij eiste opheldering over de uitzettingen.

  • Bid om rust, vertrouwen en wijsheid voor Joy en haar gezin
  • Bid om bescherming van de christenen en kerken is deze gespannen sfeer
  • Bid voor buitenlandse christenen die in Turkije wonen en voor hun werk onder het volk

Bron Open Doors

Marcel Ticheler,
Raad van Kerken Nijverdal / Hellendoorn